Longkanker

Longkanker: symptomen, diagnose en behandeling

Jaarlijks krijgen ruim 13.000 mensen in Nederland de diagnose longkanker.1 Longkanker is een van de meest dodelijke vormen van kanker. De overlevingscijfers laten de afgelopen jaren wel een positiever beeld zien.2 De ziekte begint vaak met algemene klachten zoals hoesten of vermoeidheid.3 In ongeveer 80% van de gevallen gaat het om niet-kleincellige longkanker, in overige gevallen om kleincellige longkanker en uitzonderlijke andere soorten van longkanker.1 De behandeling bestaat meestal uit chemotherapie, bestraling, een operatie en/of immuuntherapie. Mede door de ontwikkelingen binnen de immuuntherapie is de verwachting dat er de komende jaren grote stappen gemaakt kunnen gaan worden in de behandeling van deze vorm van kanker.2


Longkanker in het kort

 Jaarlijks krijgen ruim 13.000 mensen in Nederland de diagnose longkanker.1

  • In ruim 80% van de gevallen is roken (tabaksgebruik) de oorzaak.4
  • De ziekte begint vaak met algemene klachten zoals hoesten of vermoeidheid.3
  • Longkanker ontstaat door ongecontroleerde celdeling in de longen.5
  • In het merendeel van de gevallen gaat het om niet-kleincellige longkanker (80%) en kleincellige longkanker (ca. 20%).1
  • Longkanker kan worden behandeld via chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, een operatie en/of bestraling. Dat is onder meer afhankelijk van het stadium.6
  • Mede door de ontwikkelingen binnen de immuuntherapie is de verwachting dat er de komende jaren grote stappen gemaakt kunnen worden in de behandeling.3

Wat is longkanker?

Longkanker is de ongeremde groei van kankercellen in het longweefsel.5 Er zijn twee hoofdsoorten:

  • Kleincellige longkanker
  • Niet-kleincellige longkanker

Ongeveer 20% van de patiënten heeft kleincellige kanker. Er is dan sprake van – de naam zegt het al – heel kleine kankercellen, die zich razendsnel door het lichaam verspreiden. En circa 80% krijgt de diagnose niet-kleincellige longkanker.1 De kankercellen zijn in dat geval even groot of groter dan de longcellen. Deze soort groeit langzamer en zaait ook minder snel uit.7

De symptomen8

Veel voorkomende symptomen ofwel klachten bij longkanker zijn:

  • Prikkelhoest die langer dan 3 weken aanhoudt
  • Bloed ophoesten
  • Meer slijmvorming
  • Ontsteking aan de luchtwegen of longontsteking
  • Kortademigheid
  • Heesheid zonder keelpijn
  • Pijn op de borst
  • Zwelling van het gezicht of de keel

De symptomen gaan vaak gepaard met een verslechtering van de conditie. Longkanker wordt vaak laat ontdekt. Dat komt omdat de ziekte meestal begint met onopvallende, algemene klachten, zoals hoesten of vermoeidheid. Daardoor stellen mensen een bezoek aan de huisarts vaak (te lang) uit. Bovendien zal de arts niet altijd direct longkanker vermoeden en je dus niet meteen doorverwijzen.

Oorzaken

Verreweg de belangrijkste risicofactor is roken. Tabaksgebruik is in ruim 80% van de gevallen de oorzaak.4 Maar de ziekte kan ook andere oorzaken hebben:

  • Meeroken
  • Luchtvervuiling
  • Radioactieve straling
  • Contact met schadelijke stoffen zoals asbest
  • Andere longziekten (zoals COPD)9

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Als er bij jou een vermoeden bestaat van longkanker, zal de huisarts je doorverwijzen naar het ziekenhuis. Aan de hand van onder meer bloedonderzoek, een long- of röntgenfoto, bronchoscopie (met kleine camera kijken in de luchtwegen), biopsie (wegnemen van een stukje vermoedelijk tumorweefsel in longen) of CT-scan stelt de longarts vast of je inderdaad longkanker hebt.10

Wat betekenen de stadia van longkanker? 11

Aan de hand van vier stadia bepaalt de arts hoever de ziekte gevorderd is, kan hij een inschatting maken van de vooruitzichten en een behandelplan voorstellen.

Stadium I:              Een kleine tumor in het longweefsel zonder uitzaaiingen.

Stadium II:             Een iets grotere tumor en mogelijk kankercellen in de lymfeklieren van de long.

Stadium IIIA:          Kankercellen in de lymfeklieren tussen de longen, aan de kant van de tumor.

Stadium IIIB:          Kankercellen boven het sleutelbeen of in de lymfeklieren tussen de longen, aan de andere kant van de borstkas dan waar de tumor zit.

Stadium IV:            Kankercellen buiten de longen, of uitzaaiingen naar andere organen.

90% van gevallen ouder dan 55 jaar

De diagnose wordt in 90% van de gevallen gesteld bij mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder. Longkanker komt relatief weinig voor bij mensen onder de 40.2

Behandeling longkanker

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk, afhankelijk van de vorm die je hebt en het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Dit zijn de meest voorkomende mogelijkheden:

  • Chemotherapie – een behandeling met medicijnen die de kankercellen doodt of hun celdeling remt. De medicijnen worden meestal als meerdaagse kuur gegeven (via een infuus of pillen bijvoorbeeld) met tussenpozen van een paar weken.12
  • Operatie – hiervoor wordt gekozen als (vrijwel) de hele tumor kan worden weggesneden.8
  • Bestraling (radiotherapie) – kankercellen zijn gevoeliger voor straling dan gezonde cellen. Door de tumor en het aangrenzende gebied te bestralen, worden de kankercellen gedood.14
  • Doelgerichte therapie (ook bekend als targeted therapy) – Is een behandeling met medicijnen die zich vooral richt op de kankercellen zelf waarbij de groei van de tumor wordt proberen tegen te gaan. Er wordt via onderzoek gekeken naar bepaalde DNA-afwijkingen – ook wel mutaties genoemd – in de kankercellen. En vervolgens wordt er gekeken of voor die afwijking een specifieke therapie beschikbaar is.15
  • Immuuntherapie (ook wel immunotherapie genoemd) is een behandeling met medicijnen die ervoor zorgt dat het immuunsysteem de kankercellen kan aanvallen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar deze betrekkelijk nieuwe behandelmethode. Immuuntherapie wordt nu nog voornamelijk gegeven bij uitgezaaide niet-kleincellige longkanker.16

Het is heel goed mogelijk dat je als patiënt een combinatie van deze behandelingen ondergaat.

Welke bijwerkingen geven de behandelingen?

Voor al deze behandelingen geldt dat de bijwerkingen per persoon erg kunnen verschillen. Sommige patiënten ervaren veel en heftige bijwerkingen, anderen hebben minder last. De ernst van de bijwerkingen zegt niets over de resultaten van de behandeling. Het is dus niet zo dat een behandeling niet aanslaat als je weinig klachten hebt.17

Bijwerkingen chemotherapie: 18

Chemotherapie kan vrij veel bijwerkingen geven, doordat het ook de gezonde cellen aantast. De meest voorkomende zijn misselijkheid en braken, haarverlies en bloedarmoede. Ook diarree, nierproblemen en vermoeidheid komen vaak voor.

Bijwerkingen operatie: 19

Zoals bij de meeste operaties kunnen er wondinfecties ontstaan en littekenvorming. Afhankelijk van het type operatie kan na de operatie de conditie minder zijn en kan er blijvend last van pijn bij bewegingen van de arm(en) optreden.

Bijwerkingen bestraling:20
De bijwerkingen van radiotherapie zijn sterk afhankelijk van de plek op het lichaam die bestraald wordt. In het algemeen leidt bestraling tot vermoeidheid, moeite met slikken, roodheid van bestraalde huid.

Bijwerkingen doelgerichte therapie:21

Omdat de behandelingen zich vooral op kankercellen richten, is de hoop dat gezonde cellen minder worden beschadigd. Toch kunnen er ook bijwerkingen optreden zoals onder meer maag- en darmklachten, hoge bloeddruk en een koorts/griepachtig gevoel.

Bijwerkingen immuuntherapie:23
Bijwerkingen hebben meestal te maken met het overmatig stimuleren van het afweersysteem. Veel voorkomende bijwerkingen zijn schildklierproblemen, vermoeidheid en darmklachten.

Wat zijn de overlevingskansen?

Je levensverwachting met longkanker is afhankelijk van allerlei factoren, zoals je leeftijd, je conditie, het soort kanker (kleincellig of niet-kleincellig) en het stadium van de ziekte.23

Wanneer kanker in een vroeg stadium wordt ontdekt is de overlevingskans groter dan wanneer de ziekte zich in stadium IV bevindt.24 Het kan ook zijn dat er een voorstadium van longkanker wordt gevonden in de luchtwegen.25 De overlevingskans van patiënten met niet-kleincellige longkanker is de laatste jaren verbeterd. Uit cijfers van het IKNL van 2019 blijkt dat vijf jaar na de diagnose 22% nog in leven is. Bij kleincellige kanker is dat 8%.26

Bedenk wel dat dergelijke cijfers alleen een algemeen beeld geven, de prognose bij longkanker voor een groep patiënten zegt niet meteen iets over je vooruitzichten. Het is daarom altijd verstandig je persoonlijke situatie te bespreken met je behandelend arts. Voor meer informatie kun je terecht op kanker.nl*, IKNL.nl, longkankernederland.nl, kwf.nl en msdoncologie.nl.

* Deze site is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, de NFK en het IKNL. MSD is niet verantwoordelijk voor de inhoud ervan.

NL-NON-00621