bedrijfsinformatie

Frank Theunissen over het creëren van een veilige werkplek voor transgender-collega’s

March 31, 2022

Share this article

article hero thumbnail

“Bij een coming-out moet duidelijk zijn: de collega is kapitein op eigen schip”

Vandaag is International Day of Transgender Visibility – een dag die draait om zichtbaarheid van – en oprechte steun aan – mensen die een transitie doormaken of hebben doorgemaakt. Hoe kun je op het werk een veilige omgeving voor hen creëren? MSD-leidinggevende Frank Theunissen werd in vertrouwen genomen door een contractor en blikt terug op haar coming-out.

Frank werkt als Principal scientist voor een afdeling van MSD die aan biologische geneesmiddelen en vaccins werkt, en geeft daarbij leiding aan enkele groepen met laboratoriumprofessionals. Een van hen maakte privé duidelijk een moeilijke tijd door, al wist Frank niet waar dat aan lag.

Trots op vertrouwen

“Toen kwam het moment dat zij – toen nog hij – er klaar voor was om mij te vertellen dat ze transgender was. De leidinggevende vanuit de contractor was al op de hoogte en samen hebben ze mij geïnformeerd. Ik heb het als heel mooi ervaren dat ze dat met mij wilde delen, en kennelijk vertrouwen in mij had. Daar was ik enerzijds trots op, maar je bent ook bezorgd. Je realiseert je op dat moment dat iemand al die jaren niet als zichzelf naar het werk heeft kunnen komen. Wat betekent deze stap voor haar, wat is de impact van wat nu komen gaat? Hoe kun je die veilige werkplek garanderen waar ze recht op heeft?”

In die eerste fase was het wat Frank betreft vooral belangrijk deze collega te laten vertellen. “Ik hoefde er nog niks mee, want zover was ze zelf nog niet. Het was vooral belangrijk om aan te geven: jij bent de kapitein op dit schip. Jij bepaalt wat er gaat gebeuren en hoe snel, en op welke momenten je wilt dat we iets voor je doen. Ik kan begrip tonen, me inleven, maar ik mag niet de pretentie hebben dat ik haar begrijp. En dat hoeft ook niet, dat verwachtte ze helemaal niet. Zelf had ze er immers ook jaren over gedaan om zichzelf te gaan begrijpen.”

Kapitein aan het roer

Na verloop van tijd merkte Frank steeds meer kleine signalen op waaraan je kon zien dat zijn collega naar een coming-out aan het toegroeien was. “Soms droeg ze wat mascara. Toen de kappers na coronatijd weer open gingen, bleef haar haar lang. ” Frank deelde zijn observaties met de leidinggevende vanuit de contractor en samen zochten ze weer het gesprek op. “Ik dacht: er gaat nu een moment komen dat iemand – al is het onbedoeld – een ongemakkelijke of pijnlijke opmerking maakt. Op zo’n moment zou zij als kapitein eigenlijk niet meer aan het roer staan.”

“Daar was ze het zelf mee eens, ze gaf aan dat ze het graag wílde vertellen op het werk.” Maar hoe?” Ze besloten samen een communicatieplan op te stellen. “Gewoon op een rijtje zetten: wat wil je vertellen, hoe, wanneer? Wat vind je belangrijk, wat wil je absoluut niet?” Dat gaf houvast en creëerde rust. “Afgesproken werd dat zij zelf een brief zou sturen aan de collega’s uit haar eigen team, en de twee leidinggevenden een gezamenlijk bericht aan de overige afdelingen in het gebouw. “Ze wilde na haar coming-out namelijk ook als zichzelf naar het werk kunnen komen.”

Op het moment dat die berichten werden verstuurd, zaten ze samen op Franks kamer. Een mooi maar ook spannend moment. Hoe zou iedereen reageren? “Ik had een reeks online werkoverleggen, te beginnen met haar eigen team. En in de loop van de dag heb ik contact gehouden met collega’s om de sfeer te peilen. Pas toen ze voelde dat het veilig was, heeft ze zich bij de groep gevoegd.”

“Wees benaderbaar”

Dat klinkt als het eindpunt van een traject, maar het is natuurlijk pas het begin. “Ze is blij met de support die ze heeft gekregen, heeft het proces als veilig ervaren en heeft ook heel veel mooie reacties op haar mailtje gehad. Dat is ook voor mij een enorme opluchting. Maar je moet niet te snel concluderen dat je er bent.”

Wat is de belangrijkste les die Frank meeneemt uit deze ervaring? “Allereerst dat je als leidinggevende benaderbaar moet zijn. Dat betekent onder meer dat je open moet durven zijn over jezelf. En dat je oprechte belangstelling toont. Als je iemand vraagt hoe het gaat, moet je het ook echt willen weten: ook als dat betekent dat je een wat langer of pittiger gesprek moet voeren.”

De tweede les hangt daarmee samen: “Het steunen van transgendercollega’s iets is waar je al mee bezig moet zijn lang voordat het concreet aan de orde is. Er zijn altijd en overal aspecten van diversiteit waarin je als organisatie kunt groeien. En dat kunnen ook kleine  andere dingen zijn. Als je daar niet elke dag oprecht voor open staat, ben je op het moment dat het er écht om spant, te laat.”