De ontwikkeling van geneesmiddelen

De ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel of vaccin is een gecompliceerd, langdurig, arbeidsintensief en kostbaar traject. Het duurt vaak meer dan 10 jaar om één nieuw geneesmiddel te ontwikkelen. Hoe ziet een ontwikkelingstraject er van het begin tot het einde uit?

Eerst wordt een mogelijk werkzame stof met behulp van computermodellen en in het laboratorium onderzocht. Verloopt dit onderzoek positief, dan volgen dierproeven. Het aantal dierproeven is de afgelopen jaren sterk teruggelopen, maar voor enkele stappen is het nog altijd noodzakelijk om deze proeven te doen. Met het oog op de veiligheid en effectiviteit van een nieuw geneesmiddel eisen goedkeuringsinstanties veel bewijsmateriaal.

De stoffen die de beste werkzaamheid laten zien en het best geschikt zijn voor onderzoek bij mensen gaan door naar de volgende fase: het klinisch onderzoek. Dit duurt gemiddeld 6 tot 8 jaar en heeft als doel de werkzaamheid en veiligheid van de geneesmiddelen te onderzoeken bij patiënten.

Vier Fasen

Klinisch geneesmiddelenonderzoek bestaat uit vier fasen:

In fase 1 wordt nagegaan hoe een nieuw middel door het lichaam wordt verdragen. Dit gebeurt met een beperkt aantal gezonde vrijwilligers. De maximaal te verdragen dosis van een kandidaat-geneesmiddel wordt onderzocht, er wordt gekeken of het geneesmiddel voldoende in het lichaam wordt opgenomen, hoe lang het in de bloedbaan blijft na toediening en welke doseringen veilig en goed getolereerd worden.

In fase 2 wordt het kandidaat-geneesmiddel onderzocht bij mensen met de aandoening waarvoor het geneesmiddel een mogelijke behandeloptie is. Deelnemers die meedoen aan klinisch onderzoek hebben daarmee ingestemd. In fase 2 worden de veiligheid, de bijwerkingen en de mogelijke risico’s onderzocht. Ook wordt de meest effectieve dosering bepaald en de meest geschikte methode van toediening onderzocht. Fase 2-onderzoek gebeurt dubbelblind, met een controlegroep die een placebo (een ‘schijngeneesmiddel’, zonder werkzame stof) krijgt. Dubbelblind wil zeggen dat zowel de behandelaar als de patiënt niet weet wie het middel met de werkzame stof krijgt en wie een placebo.

In fase 3 studies wordt een dieper inzicht verkregen in effectiviteit, voordelen en eventuele bijwerkingen van het kandidaat-geneesmiddel. Aan deze studies doen honderden tot duizenden mensen mee die de betreffende aandoening hebben. Net als in fase 2 wordt gewerkt met placebo – en controlegroepen die willekeurig worden samengesteld. Als dit onderzoek met succes is afgerond, kan het nieuwe geneesmiddel voor registratie worden aangeboden.

Na registratie volgt fase 4-onderzoek. In deze fase wordt er onder de gebruikers gemonitord op bijwerkingen en effecten op de langere termijn. Zo wordt aanvullende informatie verzameld. Het onderzoek naar eventuele bijwerkingen blijft altijd doorgaan.

Veiligheid

Bij MSD is de afdeling Pharmacovigilance (PV) voortdurend bezig met het bewaken van het veiligheidsprofiel van MSD-geneesmiddelen. Vanaf de registratie van een geneesmiddel tot het moment dat een middel van de markt gaat, verzamelt en verwerkt PV meldingen van bijwerkingen die in verband zouden kunnen staan met het gebruik van MSD-geneesmiddelen. Gegevens worden voortdurend geanalyseerd en in ‘Risico Management Plannen’ verwerkt. Op basis van deze gegevens worden bijsluiters regelmatig aangepast.

Naast MSD houdt ook de centrale Nederlandse bijwerkingenorganisatie Lareb zich bezig met het verzamelen en analyseren van meldingen van bijwerkingen van geneesmiddelen. Lareb heeft als kerntaak het signaleren van risico’s van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse praktijk en het verspreiden van kennis hierover. Voor deze kerntaak ontvangt Lareb subsidie van het ministerie van VWS. Lareb en MSD’s PV-team wisselen alle gegevens over de veiligheid van geneesmiddelen steeds met elkaar uit.